|

HERKOMST EN HISTORIE
De oorsprong van de barbershopstyle is naar alle waarschijnlijkheid een mix
van enkele ontwikkelingen, die zich van ca. 1800 tot 1940 hebben afgespeeld op
diverse fronten.
Blank…..?
Meerstemmig zingen is al eeuwen oud. Blanke emigranten uit de ‘oude wereld’
trokken naar Amerika en zochten elkaar daar op om met weemoed aan hun vaderland
terug te denken. Dat deden ze onder meer door het zingen van liedjes over hun
vaderland, hun moeder en hun eerste liefje. Met begeleiding van een gitaar werd
een liedje gezongen, waar al snel een bas en een tenor aansluiting zochten. Zo
nu en dan was een vierde stem te horen: een fill in, wat later de bariton zou
heten.
We hebben het hier dan over begin 1800.
In 1843 kennen we het kwartet Virginia Minstrels, dat vierstemmig
minstreelliederen zong.
Een in 1874 opgericht reizend theatergezelschap in Amerika heeft als onderdeel
van de show een mannenkwartet.
Als hierin een stukje basis ligt voor barbershop zingen, kwam er vooralsnog geen
kapper aan te pas.
Zwart!
Van ca. 1880 tot 1940 zongen meer Afro-Amerikanen in kwartetten dan blanken. Het
lijkt er dan ook meer op dat barbershopzingen zijn oorsprong heeft in het zuiden
van de Verenigde Staten, bij de negerslaven. Die zongen hun liederen tijdens het
werk op de plantages, bij de aanleg van dijken en ze zongen spirituals en
volksliedjes in hun vrije tijd. Rond 1900 was het juist voor de zwarten
gebruikelijk om in revues, maar ook bij de kapper, in kwartet te zingen. O.a. in
the Cut Rate Shaving Parlor in St. Louis kwamen ze graag bij elkaar. Een van de
favoriete minstreels was kapper Sam Lucas die het kwartet Callender Minstrels
oprichtte.
Beroemde kwartetzangers als The Mills Brothers leerden het ‘harmonizen’
bij hun vader (jawel, kapper) en in andere kapperswinkels ontstonden
bijvoorbeeld gospelkwartetten.
En daar is dan de kapper.
Rond 1870 stonden allerlei zwarte kwartetten in revues en vaudeville-theaters
4-stemmig a capella, harmonieuze songs te zingen, die wij later ‘barbershop’
zijn gaan noemen.
Muziek van de straat, van het veld, van de plantage, van de zwarten, van bij
de kapper en uit de revue. Muziek van het volk.
Van deze oorspronkelijke, zwarte kwartetten zijn nauwelijks opnames gemaakt en
bewaard, en mede daarom ook ‘vergeten’.
Het hardnekkige verhaal dat Europese immigranten (voornamelijk Ieren)
hun wachttijd bij de kapper doorbrachten met het zingen van nostalgische liedjes
is daarom onjuist. Een foute samentrekking van feiten dus. De kapperswinkel was
indertijd een ontmoetingspunt waar de kapper niet alleen knipte en schoor, maar
ook kiezen trok, zijn bad verhuurde en er soms ook een bordeel op na hield. Er
werd wel gezongen bij de kapper, maar niet vaker dan op verjaardagen en
partijtjes en andere informele gelegenheden.
... en weer blank.
In 1910 vernoemde de liedjesschrijver William Tracey in een song het ‘barbershop
akkoord’ : Mr Jefferson Lord, play that Barbershop Chord, toen gezongen
door de zanger Bert Williams, een zwarte. Dat laatste was niet onlogisch, want
tot die tijd waren het vooral zwarte kwartetten die in revues vierstemmige a
capella zang lieten horen.
Muziekprofessor en dirigent Jim Henry uit St. Louis vertelt over de zwarte
jazzpianist en componist W.C. Handy die in zijn jeugd (1888) als tenor in een
gelegenheidskwartet zong: ‘We brachten serenades voor onze liefjes; jonge blanke
Amerikanen hoorden dat en ze huurden ons in om voor hun blanke liefjes te
zingen.’
Aanvankelijk gingen de blanken het zingen van de zwarten nadoen, als parodie,
zwart geschminkt en met racistische sketches. Racistisch konden ze zijn: ze
waren immers zwart geschminkt, dus was er sprake van ‘zelfspot’. Later namen ze
het als ‘blanken’ over en werd de zwarte achtergrond van de stijl verdrongen. De
blanke kwartetten maakten opnames die bewaard zijn gebleven, waardoor de idee
dat barbershop een blanke aangelegenheid is bevestigd werd. De zwarte herkomst
werd geheel ‘vergeten’.
Toen kwam de radio….
Het zelf zingen verdween naar de achtergrond toen radio en film ingeburgerd
raakten. Maar op een goede dag in 1938 bedacht de 46-jarige advocaat Owen C.
Cash (toen hij zich, op zakenreis, gruwelijk zat te vervelen in een hotel in
Kansas City) bij wijze van grap, dat het barbershopzingen een beter lot
verdiende. Hij vond in het hotel een maatje in makelaar Rupert Hall. Samen
schreven zij een hilarische uitnodiging aan enkele vrienden en korte tijd later
werd opgericht de Society for the Preservation and Encouragement of
Barbershop Quartet Singing in America, SPEBSQSA (Es Pie Ie Bie Es Kjoe Es Ee).
De lange naam en de onmogelijke afkorting hoorden bij de grap.
Professor Averill verklaart de herleving van barbershop uit de bezorgdheid
van Amerikanen over de toen heersende economische crisis. ‘Die periode leek voor
vele Amerikanen de definitieve breuk met de traditionele systemen van macht,
kennis, culturele overdracht, het einde van alle zekerheden.’ Vrouwen vochten
voor stemrecht en zwarten kregen burgerrechten. Middenklasse Amerikanen – met
een ingebakken hekel aan zwarten - gingen op zoek naar oude tradities, culturele
vormen en een veilige, collectieve identiteit. Ze zochten bij elkaar de
ouderwetse gezelligheid en de camaraderie zoals ze zich uit hun jongensjaren
herinnerden, en daar hoorde het met elkaar liedjes van toen zingen bij.
Het initiatief van Cash en Hall werd een onvermoed succes. Het
barbershop-zingen verspreidde zich snel, eerst met alleen mannenkwartetten, in
1954 kwamen er ook koren. Die laatsten groeiden soms uit tot meer dan 120
mannen. Of vrouwen. Aanvankelijk was deze wijze van zingen een puur mannelijke
aangelegenheid. De vrouwen richtten pas in 1945 een eigen organisatie op. Dat
gebeurde na een rechtszaak, die werd aangespannen omdat de mannen geen vrouwen
in hun organisatie wilden.
De vrouwenorganisatie ging “Sweet Adelines” heten. Sweet Adeline was de titel
van een traditionele Amerikaanse song (oorspr. Flower Song), waarover in een
barbershop song door de mannen wordt gezongen. Sweet Adeline, een lieve, mooie
vrouw die Adeline heette, en waar hij nog altijd over droomt en naar verlangt.
De verspreiding van barbershop kon alleen maar plaatsvinden door de traditionele
songs te noteren in muzieknotatie en ‘spelregels’ vast te stellen.
De stijl waaide over naar Europa, waar in verschillende landen
barbershopkoren en -organisaties werden opgezet. Over de hele wereld zijn bijna
37.000 mannen en 35.000 vrouwen lid van een barbershop-organisatie. Amerika is
en blijft echter de bakermat en met 34.000 mannelijke barbershoppers en 30.000
vrouwelijke, in koren en kwartetten niet te vergelijken met de paar duizend
zangers in Europa.

NEDERLAND
In Nederland begon in 1977 de Amerikaanse Kit de Bolster-Diggs (getrouwd met een
Nederlander) in IJsselstein met een barbershopkoor voor vrouwen onder de naam
IJsselstein
Chorus. Het koor sloot zich na enige tijd aan bij de Amerikaanse organisatie Sweet
Adelines. Een jaar later begonnen de Nederlandse mannen (The Heart of Holland Chorus).
Onafhankelijk van deze koren ontstond in 1983 ook het Vlissingse vrouwenkoor Sea Sound
Chorus op initiatief van de Amerikaanse Ruth Maple. Kort daarna volgde het mannelijke
Coastline Chorus.
In 1981 werd tevens de tweede vrouwelijke barbershop-organisatie in Nederland
opgericht, Holland Harmony. En in 1987 verenigden de mannen zich in DABS (Dutch
Association of Barbershop).

DE STIJL
Barbershop wordt gezongen zonder begeleiding van instrumenten (a capella). De akkoorden
zijn snel herkenbaar doordat elke noot van een song wordt gezongen als vierstemmig,
harmonisch akkoord. Typisch kenmerk is ook dat de op één na hoogste stem (lead)
de melodie zingt. Deze stem gloort tussen de andere door.
Daarboven zet de tenor een tweede stem neer. De bass geeft het geluid een
solide ondergrond met een donkere, ronde klank. De baritone kleurt het ene moment
met de lead, het volgende moment meer met de bass.
Samen produceren ze met hun speciale sound welluidende akkoorden, ringing chords
waarin nog eens allerlei boventonen te horen zijn, alsof er minstens vijf stemmen klinken.
Met mannen en vrouwen samen lukt dat niet, omdat ze niet allebei in dezelfde toonsoort
zingen. Vandaar dat mannen en vrouwen slechts bij hoge uitzondering samen op het toneel
staan.
Even typisch als de klank is de expressie. Met gebaren en lichaamstaal ondersteunen de
zangers en zangeressen de bedoeling en de sfeer van de song. Dat kan weer uitmonden in
regelrechte show, leuk om naar te kijken.

MUZIEK LEZEN?
Een barbershopper hoeft niet persé muziek
van de notenbalk te kunnen lezen. De meesten studeren doorgaans met behulp van
cassettebandjes, waarop elke partij apart is ingezongen.
Nodig is wel gevoel voor muziek en show, een redelijke stem en de kunst een toon vast te
houden. Het aardige van barbershop is onder andere dat iemand geen opera-stem behoeft te
hebben om mee te doen, omdat vier stemmen samen de juiste klank teweeg brengen.
De meeste songs zijn volgens de traditie in het Engels. Sommige barbershoppers kunnen de
taal zelf niet spreken, maar toch zingen ze mee en leren hun partij op het gehoor.

OPTREDEN
Voor elk koor en elk kwartet is een optreden voor een echt publiek iets om naartoe te
leven. Het spel met de zaal en het applaus na een performance zijn een belevenis
waaraan menigeen warme gevoelens overhoudt.
Ook een optreden voor gelijkgestemde zangers op een conventie is een evenement
dat grote indruk kan maken. Daar komen alle barbershoppers uit het land bij elkaar om in
koren en kwartetten met elkaar te wedijveren en om veel en langdurig met elkaar te zingen.
Elke barbershopper heeft een standaardrepertoire van songs die hij met elke andere
barbershopper waar ter wereld ook kan zingen. Zo ontstaat er met die anderen een band,
zelfs al kan de een de ander niet verstaan.
Het kan gebeuren op de Nederlandse conventies, maar ook in Zweden, Amerika, Engeland,
zelfs in Nieuw-Zeeland. Regelmatig steken Nederlandse barbershoppers, zowel mannen als
vrouwen, de grens over om elders te zingen of alleen maar te kijken en te afterglowen
zoals het zingen met elkaar heet na een evenement.
Tijdens de onderlinge wedstrijden (conventies) worden de koren en kwartetten
beoordeeld door een jury. De categorieën zijn Muziek, Zang en Presentatie. De deelnemers
krijgen punten toegekend plus een uitvoerige beoordeling waarin sterke en zwakke kanten
worden aangegeven.

COLLEGES
De koor- en kwartetleden kunnen voor hun scholing terecht op harmony colleges of
workshops van de landelijke organisaties. Daar krijgen ze van buitenlandse en
binnenlandse deskundigen coaching en training. Het is ook een evenement waarop iedereen
elkaar weer eens ontmoet in een ontspannen, vriendschappelijke sfeer. Dat staat trouwens
ook in de reglementen: het bevorderen van kameraadschap tussen barbershoppers.
Behalve zingen zijn er voor de koorleden nog allerlei andere dingen te doen. Ze kunnen
meewerken in het bestuur, een show organiseren, de showkleding beheren, deelnemen in de
muziekcommissie of de artistieke commissie, het beheren en vervoeren van de risers (trapsgewijs
podium), optreden als sectional leader of hun steentje bijdragen in de
barcommissie.
In 1996 is er een boek verschenen, getiteld "Barbershopzingen in Nederland", auteurs Ko Burger en Jacques de Jong. -
Ermelo: Human Press/Interior + adressenlijst.
ISBN 90-74322-08-5 geb. , NUGI 443
Trefw.: close harmony/zangkoren: Nederland; gidsen.

=> bekijk ook de uitleg over barbershop op
WikipediA-nederlands of op
Wikipedia-engels
=> bekijk de historie van
Barbershop op de pagina's van de Barbershop Harmony Society
|